Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, voormalig manager, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering omdat zij voor 74,29% arbeidsongeschikt werd geacht. Zij maakte bezwaar tegen de inschatting dat haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat tussen partijen niet in geschil was dat eiseres volledig arbeidsongeschikt is, maar wel of dit duurzaam is.
De rechtbank volgde het UWV in de beoordeling dat op de relevante datum, 17 september 2021, nog herstelmogelijkheden bestonden. Dit was gebaseerd op het feit dat eiseres een revalidatietraject zou volgen dat gericht was op het leren omgaan met klachten, wat volgens de verzekeringsarts een positief effect kon hebben op haar functionele mogelijkheden. De rechtbank vond de onderbouwing van de verzekeringsarts voldoende concreet en deugdelijke.
Eiseres stelde dat het UWV aanvullende informatie van de revalidatiearts had moeten opvragen, maar de rechtbank vond dit niet noodzakelijk omdat de beschikbare medische informatie al bekend was en het onderzoek zorgvuldig was. Ook wees de rechtbank het verzoek om benoeming van een deskundige af omdat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiseres geen recht heeft op een IVA-uitkering, maar op een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Er volgt geen nabetaling, vergoeding van wettelijke rente, griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WGA-uitkering blijft in stand.