ECLI:NL:RBMNE:2023:5241
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering op grond van medische en arbeidskundige rapporten
Eiseres betwist de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% en de hoogte van haar WIA-uitkering. Zij voert aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd, dat onvoldoende beperkingen zijn aangenomen waardoor de geduide voorbeeldfuncties niet passend zijn, en dat het maatmanloon onjuist is geïndexeerd.
De rechtbank stelt vast dat het UWV zijn besluiten mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, mits deze zorgvuldig zijn opgesteld. De primaire verzekeringsarts heeft eiseres telefonisch onderzocht, waarna aanvullend onderzoek en rapportage door de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben plaatsgevonden, inclusief een fysiek spreekuur. De rechtbank acht het medisch onderzoek zorgvuldig en ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft rekening gehouden met alle relevante klachten, waaronder long-covid, en heeft passende beperkingen vastgesteld. De arbeidskundige beoordeling is eveneens zorgvuldig en de geduide functies overschrijden de belastbaarheid van eiseres niet. De indexering van het maatmanloon is volgens de rechtbank correct toegepast op de beoordelingsdatum.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is vastgesteld op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,32%. Omdat eiseres geen gelijk krijgt, wordt ook geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering terecht vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,32%.