ECLI:NL:CRVB:2005:AU4362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks wisselende loonindexcijfers CBS
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant weliswaar beperkingen ondervond, maar geschikt was voor passende arbeid. De medische rapporten en het ontbreken van nieuwe medische gegevens ondersteunden dit oordeel.
Een belangrijk geschilpunt betrof de indexering van het maatmaninkomen met loonindexcijfers van het CBS. Appellant stelde dat het gebruik van verschillende loonindexcijfers door arbeidsdeskundigen in strijd was met het Schattingsbesluit. De Raad erkende dat door de publicatiemethodiek van het CBS wisselende indexcijfers kunnen worden gehanteerd, maar achtte dit niet strijdig met het Schattingsbesluit. Wel benadrukte de Raad dat de meest recente indexcijfers van de maand van beoordeling gebruikt moeten worden.
De Raad wees ook het argument af dat de CBS-cijfers niet controleerbaar zouden zijn, aangezien deze openbaar en eenvoudig raadpleegbaar zijn. Tevens werd gewezen op een wijziging in de berekeningsmethode van het CBS per juli 2003, die de voorlopige indexcijfers dichter bij het definitieve cijfer brengt. De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de herziening van de WAO-uitkering rechtmatig en zorgvuldig was uitgevoerd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks het gebruik van wisselende CBS-loonindexcijfers.