Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met productie 1 t/m 17,
- het verweerschrift met productie 1 t/m 4.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 3 mei 2022 liep verzoekster letsel op bij een verkeersongeval waarvoor ASR aansprakelijkheid erkende. Verzoekster schakelde een belangenbehartiger in met een overeengekomen uurtarief van €185 voor inhoudelijke en €80 voor administratieve werkzaamheden. ASR betwistte dit tarief en het aantal gedeclareerde uren.
De rechtbank beoordeelde het uurtarief van de belangenbehartiger, die geen erkende opleiding of specialisatie in personenschade heeft en werkzaam is bij een kantoor zonder kwaliteitswaarborg of beroepsaansprakelijkheidsverzekering. De rechtbank achtte het tarief van €80 voor inhoudelijke en €50 voor administratieve werkzaamheden redelijk.
Daarnaast werd het aantal uren gematigd van 15,9 naar 13,3 uur, passend bij de complexiteit van het dossier. ASR had reeds een hoger bedrag betaald, waardoor de buitengerechtelijke kosten als voldaan werden beschouwd. De kosten van de deelgeschilprocedure werden begroot op €371 exclusief BTW plus griffierecht, welke ASR moet vergoeden. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van beschikking tot volledige betaling.
Uitkomst: De rechtbank matigt het uurtarief en aantal uren buitengerechtelijke kosten en veroordeelt ASR tot betaling van de deelgeschilprocedurekosten.