ECLI:NL:RBMNE:2025:3862
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geschil over uurtarief belangenbehartiger in letselschadezaak met ASR Schadeverzekering N.V.
In deze zaak, behandeld door de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, staat het uurtarief van de belangenbehartiger in een letselschadezaak centraal. De verzoeker, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde [A], heeft een verzoekschrift ingediend om een beslissing te krijgen over de redelijkheid van het uurtarief dat hij in rekening brengt voor zijn werkzaamheden. De belangenbehartiger stelt dat een uurtarief van € 185 inclusief BTW redelijk is, gezien zijn juridische opleiding en ervaring in de letselschadepraktijk. ASR Schadeverzekering N.V., de verwerende partij, betwist dit en stelt dat een uurtarief van € 80 voor inhoudelijke werkzaamheden en € 60 voor administratieve werkzaamheden redelijk is, onderbouwd met verwijzingen naar eerdere uitspraken van de rechtbank.
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 juni 2025 was de gemachtigde van de verzoeker aanwezig, terwijl ASR werd vertegenwoordigd door mevrouw [B] en mr. P. Oskam. De kantonrechter heeft de argumenten van beide partijen gehoord en geconcludeerd dat, hoewel de belangenbehartiger een afgeronde juridische opleiding heeft en enige ervaring, het gevraagde uurtarief van € 185 te hoog is. De kantonrechter heeft geoordeeld dat een uurtarief van € 120 exclusief BTW, oftewel € 145,20 inclusief BTW, redelijk is. Het verzoek van de belangenbehartiger tot betaling van € 4.559,80 werd deels toegewezen, tot een bedrag van € 3.656,44.
Daarnaast heeft de kantonrechter de kosten van het deelgeschil vastgesteld op € 871,20, die ASR aan de belangenbehartiger moet betalen. De kantonrechter heeft bepaald dat zowel de buitengerechtelijke kosten als de kosten van het deelgeschil door ASR rechtstreeks aan het kantoor van de belangenbehartiger moeten worden overgemaakt. De beschikking is gegeven op 11 juli 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad.