ECLI:NL:RBMNE:2023:5443
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afname en verwerking van DNA-profiel ongegrond verklaard
Veroordeelde is op 6 juni 2022 veroordeeld voor belaging en kreeg een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Op 22 juni 2023 gaf de officier van justitie een bevel tot afname van DNA-materiaal, waarna op 25 juli 2023 celmateriaal werd afgenomen. Veroordeelde maakte bezwaar tegen de DNA-afname en verwerking, stellende dat dit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, en verzocht om aanhouding van de zaak voor prejudiciële vragen.
De officier van justitie stelde dat geen uitzonderingen op de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van toepassing zijn en verzocht het bezwaar ongegrond te verklaren. De raadkamer oordeelde dat de Wet voldoet aan de eisen van het EVRM en het Handvest, en dat de wijze van afname en de mogelijkheid tot bezwaar niet in strijd zijn met deze rechten. Het verzoek tot aanhouding werd afgewezen, mede omdat het Hof van Justitie reeds relevante prejudiciële vragen heeft beantwoord.
De raadkamer concludeerde dat geen uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet aanwezig is. De aard van het misdrijf (belaging) kan relevant zijn voor toekomstig DNA-onderzoek, en de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde rechtvaardigen geen ontheffing. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot aanhouding van de zaak wordt afgewezen.