ECLI:NL:HR:2009:BG9187
Hoge Raad
- Cassatie
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en rechtmatigheid DNA-onderzoek
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar. De verdachte voerde onder meer aan dat de resultaten van DNA-onderzoek onrechtmatig waren verkregen, omdat deze in strijd zouden zijn met de artikelen 7 en 8 van het EVRM.
De Hoge Raad oordeelt dat deze stelling onjuist is, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarin het DNA-onderzoek als rechtmatig werd beoordeeld. Het cassatiemiddel dat zich op dit punt richt faalt dan ook.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf ambtshalve wordt verminderd met vijf maanden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en vermindert deze tot vier maanden en twee weken.
Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 3 maart 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier maanden en twee weken vanwege overschrijding van de redelijke termijn; het DNA-onderzoek wordt als rechtmatig bevestigd.