Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
de Staat der Nederlanden(de Minister voor Rechtsbescherming).
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres B.V. stelde beroep in tegen een aanslag precariobelasting voor het jaar 2019, opgelegd door de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap. De heffingsambtenaar had in bezwaar de aanslag gecorrigeerd door het tarief voor het terras aan te passen van gebied A naar gebied C, wat door de rechtbank als juist werd beoordeeld. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Daarnaast verzocht eiseres om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank stelde vast dat de totale termijn met 18 maanden was overschreden, waarbij de overschrijding deels aan de heffingsambtenaar en deels aan de rechtbank te wijten was. De rechtbank kende daarom een forfaitaire schadevergoeding van €150 toe, waarvan €25 door de heffingsambtenaar en €125 door de Staat te betalen.
Het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat het beroep ongegrond was en de werkzaamheden van de gemachtigde beperkt waren tot het indienen van het verzoek om immateriële schadevergoeding. De rechtbank gaf de heffingsambtenaar tevens in overweging om duidelijkheid te verschaffen over de betaling van de kosten in bezwaar aan de gemachtigde van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries en griffier M.S.D. de Weerd op 18 oktober 2023. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de gecorrigeerde aanslag precariobelasting wordt ongegrond verklaard en eiseres ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.