ECLI:NL:RBMNE:2023:5564
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van Politie Midden-Nederland heeft op 15 juni 2022 de toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden aan eiser geweigerd, omdat eiser niet betrouwbaar zou zijn. Dit besluit werd op 5 december 2022 bevestigd na bezwaar. Eiser stelde dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, met name de onschuldpresumptie, en verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
De korpschef baseerde zijn weigering op een mutatierapport van 1 september 2022, waarin werd vastgesteld dat eiser op 31 augustus 2022 rode diesel vervoerde in een voertuig met Nederlandse taxi-kentekenplaten, wat in strijd is met de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Wet op de accijns. Eiser heeft de feiten uit het mutatierapport niet betwist, maar verwees naar een afhandeling van de zaak door het Openbaar Ministerie en de Douane.
De rechtbank oordeelt dat de korpschef terecht heeft geconcludeerd dat eiser onvoldoende betrouwbaar is voor beveiligingswerk. De korpschef baseert zich op feiten die niet zijn weersproken en spreekt slechts een vermoeden uit zonder schuld vast te stellen, waardoor geen schending van de onschuldpresumptie is. Bovendien is er geen sprake van onevenredig nadeel voor eiser, aangezien hij ook op andere wijze in zijn onderhoud kan voorzien.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 13 oktober 2023 door rechter J.J. Catsburg in aanwezigheid van griffier L.E. Mollerus.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende betrouwbaarheid van eiser.