ECLI:NL:RVS:2021:2113
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft op 20 augustus 2018 de gevraagde toestemming geweigerd om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten bij een particuliere beveiligingsorganisatie. Deze weigering is gebaseerd op artikel 7, vierde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014, omdat appellant binnen acht jaar voorafgaand aan de toetsing is veroordeeld voor een misdrijf met een opgelegde gevangenisstraf.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze weigering, dat door de korpschef is afgewezen. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant voerde aan dat de korpschef ten onrechte zijn taakstraf uit 2014 heeft meegewogen en dat hij sinds zeven jaar geen strafbare feiten meer heeft gepleegd, waardoor de kans op recidive gering is.
De Raad van State overweegt dat de korpschef terecht heeft geoordeeld dat appellant niet voldoet aan de betrouwbaarheidseisen, mede vanwege de ernst van de feiten en meerdere contacten met politie en justitie binnen de terugkijkperiode. De persoonlijke omstandigheden van appellant, zoals het afronden van een schuldsaneringstraject en vrijwilligerswerk, wegen niet op tegen de ernst van de antecedenten. De hardheidsclausule is niet van toepassing. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid van appellant.