ECLI:NL:RBMNE:2023:5592
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarden van twee bedrijfspanden met toekenning immateriële schadevergoeding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee bedrijfspanden per waardepeildatum 1 januari 2020, respectievelijk €308.000 en €292.000. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarden na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de taxatiematrices en onderbouwingen van de heffingsambtenaar, die gebruik maakte van vergelijkbare transacties en marktgegevens. De stellingen van eiseres waren onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd, waardoor de rechtbank de vastgestelde WOZ-waarden aannemelijk achtte.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan de redelijke termijn had geduurd, met een overschrijding van zeven maanden. Daarom werd aan eiseres een immateriële schadevergoeding van €100 toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €100 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.