ECLI:NL:RBMNE:2023:5593
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde winkelpand met toekenning immateriële schadevergoeding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand, welke door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €94.000 voor het belastingjaar 2021. De rechtbank beoordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede op basis van twee transacties van het object en een taxatiematrix.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over onjuiste huurinformatie en een te hoge kapitalisatiefactor, en oordeelde dat het leegstandsrisico niet relevant was omdat de huurder sinds 2014 in het pand aanwezig was. De waardepeildatum lag tussen de twee transacties, waardoor deze als marktconform werden beschouwd.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de bezwaar- en beroepsprocedure langer dan redelijk was geduurd, met een overschrijding van ruim 7 maanden. Daarom werd een forfaitaire immateriële schadevergoeding van €100 toegekend aan eiseres. Het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten werd afgewezen, omdat het beroep ongegrond was en de werkzaamheden beperkt bleven tot het verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van €100 immateriële schadevergoeding en wees verdere proceskostenveroordelingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met toekenning van €100 immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.