ECLI:NL:RBMNE:2023:5621
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning geschat op €350.000 na beroep tegen te hoge vaststelling
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een Nederlandse plaats, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €354.000 per peildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen werden vergeleken. De rechtbank achtte de verkoopcijfers van deze woningen bruikbaar, maar volgde niet de conclusie dat deze een waarde van €356.000 voor de woning van eiser rechtvaardigen. De rechtbank kon de aanname van een beneden gemiddelde kwaliteit van één referentiewoning niet volgen, mede omdat de door eiser aangevoerde verbeteringen aan deze woning niet werden weersproken en de foto’s onvoldoende toelichting boden.
Eiser stelde een lagere waarde van €327.000 voor, onderbouwd met een taxatierapport, maar dit rapport was te summier en gaf onvoldoende inzicht in de waardebepaling. De rechtbank concludeerde dat noch de heffingsambtenaar noch eiser hun stellingen voldoende aannemelijk hadden gemaakt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €350.000. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt schattenderwijs vastgesteld op €350.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.