Eiseres, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, kreeg van het UWV een ziekengeldsanctie opgelegd wegens vermeend onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werknemer die ziek uitviel door afstoting van een getransplanteerde nier. De werknemer onderging een operatie en moest peritoneaal dialyse toepassen, wat zijn belastbaarheid sterk beperkte.
Het UWV verlengde de doorbetaling van het ziekengeld met 52 weken en wees een verzoek tot bekorting af. Eiseres maakte bezwaar, waarna het UWV de sanctie handhaafde. De rechtbank beoordeelde of de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende had gere-integreerd, waarbij werd vastgesteld dat de werknemer vanaf 1 april 2020 medisch stabiel was maar slechts marginale mogelijkheden had vanwege dialyse en kwetsbaarheid voor Covid-19.
De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte de sanctie oplegde omdat re-integratie-inspanningen in spoor 2 niet redelijk waren gezien de medische situatie en de lockdown. De sanctie werd vernietigd, de primaire besluiten herroepen en het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.