Eiser parkeerde op 22 juli 2022 zijn auto aan de Oscarlaan in Almere, een gebied waar betaald parkeren geldt. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €66,50 op omdat eiser niet had voldaan aan de betalingsverplichting. Eiser stelde dat zijn zwager contant had betaald bij een parkeerautomaat, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De heffingsambtenaar toonde aan dat de dichtstbijzijnde parkeerautomaat geen contante betalingen accepteerde en dat ook via belparkeren geen betaling was geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de parkeerbelasting had betaald en dat achteraf betalen niet mogelijk is volgens de geldende verordening. Daarnaast was het terecht dat de naheffingsaanslag werd opgelegd, ook al werd het nultarief gehanteerd voor de parkeerbelasting zelf, omdat de kosten voor het opleggen van de aanslag wel verschuldigd zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter M.W.A. Schimmel op 3 november 2023.