ECLI:NL:RBMNE:2023:5879
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering wegens drugsbezit in huurwoning na belangenafweging
De huurder werd geconfronteerd met een vordering tot ontruiming van zijn woning door de verhuurder vanwege de aanwezigheid van een grote hoeveelheid drugs. Bij een politie-inval werden onder meer 2C-B, MDMA en 3-MMC aangetroffen, maar er was geen bewijs voor handel in drugs. Het openbaar ministerie besloot de huurder niet te vervolgen voor handel, maar wel voor het bezit van drugs.
De verhuurder stelde dat de huurder ernstig tekort was geschoten en dat de huurovereenkomst ontbonden moest worden, mede vanwege het zerotolerancebeleid. De huurder erkende het bezit, maar stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren en benadrukte zijn zorgverplichtingen voor zijn kinderen en zieke ex-partner.
De kantonrechter oordeelde dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegewezen als met grote waarschijnlijkheid de huurovereenkomst zal worden ontbonden in een bodemprocedure. Gezien het ontbreken van bewijs voor handel, het besluit van het openbaar ministerie en de belangen van de huurder en zijn gezin, werd de ontruimingsvordering afgewezen. Ook de vordering tot betaling van huurtermijnen vanaf oktober 2023 werd afgewezen en de verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de huurwoning wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van handel en zwaarder wegende belangen van de huurder.