De werknemer verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van transitievergoeding, billijke vergoeding en loonverklaring vanwege een ernstig verstoorde arbeidsrelatie.
De werkgever voerde een tegenverzoek tot ontbinding in, met toekenning van transitievergoeding, wegens verwijtbaar handelen van de werknemer. De arbeidsrelatie was ernstig verstoord door langdurige discussie over arbeidsongeschiktheid, ziekteverzuim en communicatieproblemen.
De kantonrechter oordeelde dat beide partijen schuld hadden aan de verstoring: de werkgever handelde onnodig escalerend en onvoldoende zorgzaam, maar de werknemer gaf geen gehoor aan re-integratieverplichtingen en weigerde mediation.
Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 december 2023 op verzoek van de werknemer, zonder toekenning van vergoedingen. Voor het geval de werknemer het verzoek intrekt, werd het tegenverzoek van de werkgever toegewezen met ontbinding per 8 december 2023 en toekenning van de transitievergoeding.
Het concurrentiebeding werd vernietigd vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst. Proceskosten werden gecompenseerd, en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.