Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil en de beoordeling daarvan
De vordering en de onderbouwing
132,00
Rechtbank Midden-Nederland
De verhuurder vordert in kort geding ontruiming van een woning vanwege ernstige en structurele overlast veroorzaakt door de huurders en hun twaalf honden. De overlast bestaat uit geluidsoverlast door hondengeblaf, stank en ruzies, wat leidt tot onrechtmatige hinder van omwonenden en strijd met het huurreglement en goed huurderschap.
De huurders betwisten de ernst van de overlast en wijzen op verklaringen van buren die geen hinder ervaren. Zij erkennen wel het aantal honden en de ruzies, maar stellen dat dit onvoldoende is voor ontbinding van de huurovereenkomst en wijzen op hun persoonlijke levenssfeer.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat de overlast ernstig en langdurig is, mede gelet op klachten, geluidsmetingen, verklaringen van buren en een rapport van de dierenbescherming. De huurders hebben onvoldoende maatregelen genomen om de overlast te beperken, ondanks waarschuwingen en verzoeken van de verhuurder.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming toegewezen met een termijn tot 1 juni 2024, rekening houdend met het belang van de dochter van de huurster die in mei 2024 eindexamen doet. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurders worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met ontruimingstermijn tot 1 juni 2024 wegens ernstige geluidsoverlast en overlast door twaalf honden.