Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna genoemd: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
in de periode van 1 juli 2021 tot en met 25 oktober 2021 in [woonplaats] in een bedrijfspand gelegen aan de [adres] tezamen en in vereniging met een of meer anderen 1017 liter amfetamine(olie) heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad;
op 25 oktober 2021 in [woonplaats] in een bedrijfspand gelegen aan de [adres] tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft geprobeerd om amfetamine te vervaardigen.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 47, 55 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 10 van de Opiumwet;
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 34 maanden;
10 maanden,
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 jarenvast;
heft ophet bevel tot
schorsingvan de voorlopige hechtenis;