Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland
Inleiding
De omgevingsvergunning is eerder op 1 mei 2017, 28 juni 2017 en 15 mei 2018 gewijzigd. In de laatste wijziging hebben gedeputeerde staten aan [derde-partij] (onder andere) een vergunning verleend voor een brandblusserdemontagelijn. [derde-partij] verwerkt namelijk (onder andere) afgekeurde brandblussers. Die worden ontdaan van hun inhoud. Dit kan poeder of blusschuim zijn. Het poeder en blusschuim worden verzameld en afgevoerd naar een erkende verwerker. De lege brandblussers worden door [derde-partij] verwerkt.
23 augustus 2021 een analyserapport van het Waterschap Zuiderzeeland ontvangen, waaruit blijkt dat in het afvalwater van [derde-partij] concentraties PFAS en PFOS zijn aangetroffen. PFAS is een groep stoffen die door mensen zijn gemaakt en dus van nature niet in het milieu voorkomen. Kenmerkend voor PFAS is dat ze niet of nauwelijks afbreken in het milieu. Voorbeelden van stoffen die tot de categorie PFAS behoren zijn PFOS, PFOA en GEN-X. Dit zijn zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Van PFOS is bekend dat het werd gebruikt in brandblusmiddelen en effecten heeft op het immuunsysteem van mensen.
Beoordeling door de rechtbank
22 maart 2023 [2] .
23 augustus 2021. Toen werden gedeputeerde staten ermee bekend dat het afvalwater van [derde-partij] concentraties PFAS en PFOS bevat en dat [derde-partij] daarmee nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. De voorschriften zijn bedoeld om die nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Met die voorschriften is de inrichting van [derde-partij] in werking volgens de meest recente BBT-conclusies voor afvalbehandeling en voldoet [derde-partij] aan sectorplan 45 van het Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), dat over de verwerking van brandblussers gaat. Dit staat tussen partijen niet ter discussie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. J.A.W. Huijben, leden, in aanwezigheid van mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2023.