Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
[verbalisant 3]te twijfelen. De rechtbank is op basis van de
stillsvan oordeel dat de camerabeelden voldoende duidelijk en helder zijn om een herkenning op te kunnen baseren. De verbalisant heeft gerelateerd dat zij verdachte heeft herkend aan zijn uiterlijk en aan zijn manier van lopen. Bovendien heeft de verbalisant gerelateerd dat zij verdachte vijf dagen voor het tenlastegelegde uitgebreid heeft gesproken en hem recent meermaals heeft gezien. Van feiten of omstandigheden die een herkenning mogelijk zouden kunnen falsificeren of onbetrouwbaar maken is niet gebleken. Dit maakt dat de rechtbank de herkenning door de verbalisant voldoende betrouwbaar acht en zij bezigt deze dan ook voor het bewijs.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvan
150 dagen;
135 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
taakstrafvan
200 uren;