De minderjarige, geboren in Afghanistan en woonachtig in Nederland, wordt sinds zijn geboorte verzorgd door zijn broer en diens vrouw. De ouders zijn niet in staat om voor hem te zorgen, mede door psychische klachten en omstandigheden in Afghanistan. De pleegouders verzoeken de rechtbank het ouderlijk gezag van de ouders te beëindigen en hen tot voogd te benoemen, een verzoek dat door de ouders wordt ondersteund.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is, ondanks de Afghaanse nationaliteit en geboorteplaats van de minderjarige. De rechtbank erkent dat volgens het Afghaans recht beide ouders gezag uitoefenen, vergelijkbaar met gezamenlijk gezag in Nederland.
Gezien de langdurige verzorging door de pleegouders en het belang van een stabiele opvoedsituatie wijst de rechtbank het verzoek toe. De ouders blijven een rol spelen in het leven van de minderjarige. De rechtbank benadrukt het belang van statusvoorlichting aan de minderjarige, die momenteel denkt dat zijn pleegouders zijn ouders zijn, zodat hij zijn biologische ouders leert kennen.
De beschikking beëindigt het gezag van de ouders en benoemt de pleegouders tot voogd, waardoor zij belangrijke beslissingen voor de minderjarige kunnen nemen. De uitspraak is openbaar gedaan op 8 december 2023 en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.