ECLI:NL:RBMNE:2023:6594
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning aan de [adres 1] te [woonplaats] ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een tussenwoning uit 1936 en betwist de WOZ-waarde van €476.000,- vastgesteld per 1 januari 2021. Hij stelt een lagere waarde van €446.000,- voor, onderbouwd met een taxatierapport. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en baseert dit op een taxatiematrix met vijf referentiewoningen die recent zijn verkocht.
Eiser voert aan dat niet alle relevante stukken zijn verstrekt en dat onvoldoende rekening is gehouden met de matige isolatie, onderhoudstoestand en gedateerde voorzieningen. De rechtbank oordeelt dat de stukken voldoende zijn verstrekt en dat eiser niet tijdig heeft aangegeven welke stukken nog ontbraken. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door vergelijking met vergelijkbare referentiewoningen.
De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar de vrijheid heeft om de waarde op eigen wijze te onderbouwen en dat de verschillen tussen woningen in voldoende mate zijn meegenomen. Ook de aangevoerde gebreken zijn in de waardering verwerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €476.000,- wordt ongegrond verklaard.