ECLI:NL:RBMNE:2023:6630
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen invordering verbeurde dwangsom voor overtreding bestemmingsplan recreatiewoningen
Eiser was eigenaar van een verblijfsrecreatieterrein waarop meer recreatiewoningen stonden dan volgens het bestemmingsplan was toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest legde eiser een last onder dwangsom op om het aantal recreatiewoningen terug te brengen van 35 naar 31. Na het verstrijken van de termijn vorderde het college de verbeurde dwangsom.
Eiser stelde beroep in tegen de invorderingsbeschikking en voerde meerdere gronden aan, waaronder onduidelijkheid over het aantal recreatiewoningen, onrechtmatigheid van het college, en het bestaan van bijzondere omstandigheden zoals een lopende omgevingsvergunningprocedure. De rechtbank oordeelde dat deze gronden grotendeels reeds in eerdere procedures aan de orde waren gekomen of niet konden leiden tot het afzien van invordering.
De rechtbank stelde vast dat het college het bezwaar van eiser zorgvuldig had behandeld en dat de definitie van recreatiewoningen conform het bestemmingsplan was toegepast. Ook was er geen sprake van willekeur of bijzondere omstandigheden die invordering in de weg stonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard.