ECLI:NL:RVS:2016:2686
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen voor bouwwerk zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade legde appellant een last onder dwangsom op om een bouwwerk te verwijderen dat in afwijking van de verleende vergunning was gebouwd. Appellant bouwde in 2013 een groter bouwwerk dan toegestaan en kreeg pas in 2015 een omgevingsvergunning voor legalisering.
Appellant stelde dat er sprake was van een rechtvaardigingsgrond en dat het college niet had mogen handhaven vanwege concreet zicht op legalisering en bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat er geen concreet zicht was op legalisering omdat de aanvankelijke vergunningaanvraag onvolledig was en dat handhaving niet onevenredig was. Ook de hoogte van de dwangsom werd als redelijk beoordeeld.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling en wijst het hoger beroep af. De invordering van de dwangsommen is eveneens terecht, ook al was ten tijde van de invordering de vergunning inmiddels verleend. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die invordering zouden moeten verhinderen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en de invordering van dwangsommen en verklaart het hoger beroep ongegrond.