ECLI:NL:RBMNE:2023:678
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending hoorplicht bij afwijzing nabestaandenuitkering
Eiseres had een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) ontvangen, die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd beëindigd omdat er geen kinderen jonger dan 18 jaar meer tot het huishouden behoorden en eiseres niet voor 45% of meer arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en een nieuw medisch advies van het UWV bleef de Svb bij haar afwijzing.
Eiseres had meerdere malen verzocht om een hoorzitting en betwistte gemotiveerd de medische grondslag van het besluit. Ondanks pogingen tot het plannen van een hoorzitting ging deze niet door, onder meer door verhindering en ziekte van eiseres. De rechtbank oordeelt dat eiseres ten onrechte niet is gehoord in bezwaar en niet is onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts, wat in strijd is met vaste rechtspraak en de artikelen 3:2 en 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de Svb op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het bezwaarschrift betrokken moet worden. Tevens moet de Svb het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De rechtbank ziet geen reden voor een bestuurlijke lus of het zelf nemen van een beslissing vanwege de noodzaak van nader medisch onderzoek.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht.