Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2023 in de zaak tussen
V.O.F. [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
de minister van Infrastructuur en Waterstaat,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Is de minister uitgegaan van het juiste aantal bemanningsleden?
Als uitgegaan zou worden van een exploitatiewijze A2, dan zou er enerzijds een schipper te weinig zijn, maar anderzijds zou met een stuurman en een deksman sprake zijn van meer kwaliteit aan boord dan de vereiste twee matrozen.
De voorwaarden van een vrijstellingsregeling moeten strikt worden geïnterpreteerd en daarvan kan niet opnieuw worden afgeweken door analoge toepassing van het bepaalde over onderkwalificatie.”
Deze beroepsgrond van eiseres slaagt dus niet.
Had de minister de boete moeten matigen?
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
[…]
[…]
a. het bepaalde krachtens het eerste en tweede lid, onderdelen a tot en met c;
[…]
9 Het is verboden te handelen in strijd met dit artikel.
[…]
exploitatiewijze A2: exploitatiewijze waarbij de vaartijd van een schip per 24 uur, blijkens de op die periode betrekking hebbende aantekening in het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, ten hoogste 18 uur bedraagt;
[…]
4. De minimumbemanning van hechte samenstellen, schepen voor dagtochten, stoomschepen voor dagtochten, hotelschepen, veerboten en sleepschepen wordt onderscheidenlijk vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlagen 5.1 tot en met 5.6.
[…].
[…]
11 Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: