ECLI:NL:RBMNE:2023:688
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarde woning wegens te late indiening
Eiser is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2022 is vastgesteld op €763.000,-. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser tegen deze waarde niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend. Eiser stelde dat hij de waardestijging niet had geregistreerd en pas na ontvangst van de aanslag op 30 april 2022 besefte dat hij bezwaar moest maken.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar inderdaad te laat is ingediend, aangezien de termijn voor bezwaar zes weken bedroeg en eindigde op 4 april 2022. De ingediende bezwaarschriftdatum van 27 mei 2022 en ontvangst op 3 juni 2022 is ruim na deze termijn. De reden van eiser wordt niet als verschoonbaar beschouwd.
Hoewel de heffingsambtenaar het zorgvuldigheidsgebrek vertoonde door niet te onderzoeken of de termijnoverschrijding verschoonbaar was, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar. De rechtbank past artikel 6:22 Awb Pro toe en wijst erop dat eiser recht heeft op vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.