ECLI:NL:HR:2019:1595
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Amsterdam. Het bezwaar werd ruim na de termijn ingediend en door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende werd niet gehoord over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
Het Hof Amsterdam verklaarde het hoger beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het Hof vond dat de heffingsambtenaar niet verplicht was belanghebbende te horen over de reden van de overschrijding, mede omdat het bezwaar werd ingediend door een beroepsmatig gemachtigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het bestuursorgaan wel degelijk de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding moet onderzoeken en belanghebbende in die context moet horen. Desondanks bevestigt de Hoge Raad dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het Hof het oordeel over het ontbreken van verschoonbaarheid juist heeft gemotiveerd. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de naheffingsaanslag blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.