ECLI:NL:RBMNE:2023:6962

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
16.209829.23 en 16.257600.21 (vord. tul) (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 36d SrArt. 55 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minderjarige voor bezit van omgebouwd vuurwapen en munitie

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 22 december 2023 een minderjarige veroordeeld voor het bezit van een omgebouwd gaspistool en munitie van categorie III. Het wapen en de munitie werden op 21 augustus 2023 in Almere aangetroffen. De minderjarige bekende het bezit en werd vrijgesproken van het bezit van een patroonhuls die niet meer als munitie werd aangemerkt.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het wapen werd bewaard in aanwezigheid van andere huisgenoten, waaronder een klein kind, en de persoonlijke situatie van de minderjarige. Uit psychologisch onderzoek bleek een verstandelijke beperking die de toerekeningsvatbaarheid verminderde. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bijzondere voorwaarden en intensieve begeleiding vanwege zorgen over het netwerk, drugsgebruik en schoolproblemen.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 60 dagen op, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals elektronisch toezicht, intensieve begeleiding via het ITB Harde Kern traject en behandeling voor drugsgebruik. Daarnaast werd de voorwaardelijke taakstraf uit een eerdere zaak ten uitvoer gelegd. De in beslag genomen wapens en munitie werden onttrokken aan het verkeer. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Minderjarige veroordeeld tot 60 dagen jeugddetentie, waarvan 21 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16.209829.23 en 16.257600.21 (vord. tul) (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 december 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [2006] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verdachte (voornaam)] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek achter gesloten deuren op de terechtzitting van 12 december 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schipper en van hetgeen [verdachte (voornaam)] en zijn raadsvrouw, mr. A.S. Bissumbhar, advocaat te Almere, en de heer [A] namens [instelling 1] [.] , naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte (voornaam)] :
op 21 augustus 2023 in Almere een wapen en/of munitie van categorie III, namelijk een pistool, één of meerdere scherpe patronen en een huls van een patroon, voorhanden heeft gehad.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van [verdachte (voornaam)] en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot een bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Het feit is door [verdachte (voornaam)] begaan. Hij heeft het ten laste gelegde feit bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
  • de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] ter terechtzitting van 12 december 2023;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 21 augustus 2023, genummerd PL0900-2023252532-3, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 11 en 12;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek woning van 21 augustus 2023, genummerd PL0900-2023252532-29, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 96 en 97;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 29 september 2023, genummerd PL0900-2023252532-51, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , pagina’s 1 en 2.
Gelet op het proces-verbaal van bevindingen (met nummer PL0900-2023252532-51) waarin staat vermeld dat de aangetroffen huls geen munitie (meer) is in de zin van de Wet wapens en munitie, zal de rechtbank [verdachte (voornaam)] voor dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Voor het overige kan het ten laste gelegde, op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend worden bewezen.

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte (voornaam)] :
op 21 augustus 2023 te Almere, een wapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een pistool, van origine gaspistool, van het merk Blow, type/model Mini 9, kaliber 9mm P.A.K. voorzien van het wapennummer [wapennummer] , omgebouwd naar scherpschietend en
- meerdere scherpe patronen
zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie voorhanden heeft gehad.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte (voornaam)] is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. [verdachte (voornaam)] wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

7.STRAFBAARHEID VAN [verdachte (voornaam)]

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte (voornaam)] uitsluit. [verdachte (voornaam)] is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd [verdachte (voornaam)] ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van 39 dagen, met aftrek van het voorarrest, en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen hechtenis, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten de door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden. Zij heeft gevorderd de duur van het ITB Harde Kern traject op 12 maanden te stellen en de elektronische monitoring eveneens op 12 maanden.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangegeven dat zij zich kan vinden in de vordering van de officier van justitie.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van [verdachte (voornaam)] , zoals ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van het feit
[verdachte (voornaam)] heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, namelijk een pistool, met drie bijbehorende scherpe patronen. Deze patronen zaten in de patroonhouder van het vuurwapen. Het behoeft geen verdere uitleg dat het voorhanden hebben van een dergelijk wapen en munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt, waarvan de gevolgen desastreus kunnen zijn. Ter terechtzitting heeft [verdachte (voornaam)] verklaard dat hij het vuurwapen en de munitie ongeveer drie à vier maanden voor zijn aanhouding heeft aangeschaft. Het baart de rechtbank zorgen dat [verdachte (voornaam)] , die minderjarig is, gedurende langere tijd over dit wapen en deze munitie kon beschikken en dat hij dit bovendien bewaarde in zijn slaapkamer, terwijl er ook andere personen, waaronder een klein kind, in die woning woonden.
De persoon van [verdachte (voornaam)]
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 27 november 2023 betreffende [verdachte (voornaam)] . Daaruit blijkt dat [verdachte (voornaam)] eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit, maar niet voor een soortgelijk feit als het feit dat nu bewezen is verklaard.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van een rapportage psychologisch onderzoek van 20 november 2023, opgemaakt door [B] , kinder- en jeugdpsycholoog. Daarin staat dat er bij [verdachte (voornaam)] sprake is van een verstandelijke beperking, waardoor hij moeite heeft met abstract denken en het inzicht in risico’s en sociale situaties beperkt is. Er is sprake van doorwerking van de gestelde problematiek, waardoor wordt geadviseerd het ten laste gelegde feit in verminderde mate aan [verdachte (voornaam)] toe te rekenen. Het risico op toekomstig gewelddadig gedrag wordt als laag ingeschat. Maar vanuit gedragskundig oogpunt wordt gezien dat [verdachte (voornaam)] door zijn vaardigheidstekorten, voortkomend uit zijn verstandelijke beperking, moeite heeft situaties moreel te beredeneren en om zijn handelen zorgvuldig af te wegen en de consequenties daarvan te overzien. Dit is van invloed op de kans op recidive. Toezicht en begeleiding, zoals dat nu is voorzien vanuit de schorsende voorwaarden, kunnen een belangrijke rol spelen in het begeleiden van [verdachte (voornaam)] en het continueren van de ingezette jongerencoach en de daaruit voortvloeiende interventies. Begeleiding door de jongerencoach kan als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf vorm gegeven worden, met toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering. Hierbij wordt continuering van de ITB Harde Kern en de elektronische monitoring wenselijk geacht.
In het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 4 december 2023, opgemaakt door [C] , staat dat er veel zorgen over [verdachte (voornaam)] zijn op het moment dat hij buitenshuis is, namelijk over het netwerk waarin hij zich bevindt, over zijn drugsgebruik en over mogelijke drugshandel waar [verdachte (voornaam)] zich mee bezig lijkt te houden. Ook zijn er zorgen over school. Er is in het verleden verschillende hulpverlening ingezet, maar onvoldoende van de grond gekomen. De Raad vindt het zorgelijk dat [verdachte (voornaam)] de ernst van het ten laste gelegde niet lijkt in te zien en dat [verdachte (voornaam)] niet wil vertellen hoe hij aan het vuurwapen is gekomen en waarom hij dat in zijn bezit had. De Raad adviseert om aan [verdachte (voornaam)] een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden dat [verdachte (voornaam)] :
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht door [instelling 1] , zich zal houden aan het locatiegebod en zich ter controle daarvan onder elektronisch toezicht zal stellen;
(behoudens verlenging) 6 maanden intensieve begeleiding aanvaardt in het kader van ITB Harde Kern;
meewerkt aan behandeling rondom drugsgebruik, indien en zodra de jeugdreclassering dit nodig acht;
zich houdt aan de afspraken rondom zijn schoolrooster, tenzij uitstroom naar de arbeidsmarkt geregeld is;
mee blijft werken aan begeleiding door [instelling 2] .
Ter terechtzitting is door de deskundige [A] , jeugdreclasseringswerker bij [instelling 1] , verklaard dat de begeleiding goed verloopt. [verdachte (voornaam)] stelt zich open en is goed bereikbaar. De winst van de terugmelding vanwege het niet nakomen van de schorsende voorwaarden is dat [verdachte (voornaam)] nu begrijpt dat het gevolgen heeft als hij de afspraken niet nakomt. [verdachte (voornaam)] heeft, vanwege zijn verstandelijke beperking, veel ondersteuning nodig en de begeleiding zal daardoor ook langere tijd nodig hebben. Het ITB Harde Kern traject, dat al is begonnen tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis, bestaat uit drie fases en [verdachte (voornaam)] bevindt zich nu in de derde fase. De deskundige verwacht niet dat de elektronische monitoring nog heel lang nodig zal zijn, maar omdat rekening wordt gehouden met terugval van [verdachte (voornaam)] , vindt hij het wenselijk om in een dergelijk geval de enkelband weer aan te kunnen koppelen. Om die reden vindt hij het ook wenselijk dat het ITB Harde Kern traject voor de duur van 12 maanden wordt opgelegd.
De straf
Gelet op de aard en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat aan [verdachte (voornaam)] een straf moet worden opgelegd die vrijheidsbeneming met zich brengt. Op basis van de oriëntatiepunten straftoemeting van de LOVS geldt voor jeugdigen bij het voorhanden hebben van een vuurwapen als richtlijn een straf vanaf 6 weken jeugddetentie.
Alles afwegende, en rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van [verdachte (voornaam)] , vindt de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 60 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Een gedeelte daarvan, namelijk 21 dagen, zal de rechtbank voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van 2 jaren. Dit betekent dat [verdachte (voornaam)] niet opnieuw vast komt te zitten.
Anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw kiest de rechtbank niet voor het opleggen van een voorwaardelijke werkstraf, omdat uit hetgeen door de deskundige en door [verdachte (voornaam)] zelf ter terechtzitting is verklaard, blijkt dat het vastzitten indruk heeft gemaakt op [verdachte (voornaam)] en hij in positieve zin heeft geleerd van de opheffing van zijn schorsing. De rechtbank verwacht daarom dat een voorwaardelijke jeugddetentie in plaats van een voorwaardelijke werkstraf [verdachte (voornaam)] zal motiveren om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden, die de rechtbank aan dit voorwaardelijk strafdeel zal verbinden. Daarnaast wordt met de voorwaardelijke straf beoogd [verdachte (voornaam)] ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De voorwaarden die aan het voorwaardelijk strafdeel zullen worden verbonden, zijn de voorwaarden zoals die door de Raad zijn geadviseerd. De rechtbank zal de duur van het ITB Harde Kern traject en van de elektronische monitoring bepalen op maximaal 6 maanden, omdat het ITB Harde Kern traject reeds tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis in september 2023 is begonnen en door de deskundige is verklaard dat [verdachte (voornaam)] zich nu in de derde fase van het ITB traject bevindt. In dat licht vindt de rechtbank een ITB Harde Kern traject en elektronisch monitoring van 12 maanden te lang.
De voorlopige hechtenis
Vorenstaande brengt mee dat de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal opheffen.

9.BESLAG

Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten een patroonhouder, drie patronen en een vuurwapen, onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan
De rechtbank zal ook de in beslag genomen voorwerpen, te weten de huls en de pepperspray onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door [verdachte (voornaam)] begane feit aangetroffen. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van het in beslag genomen voorwerp, op de beslaglijst aangeduid met ‘verdovende middelen’ (maar waarvan uit onderzoek is gebleken dat dit geen verdovende middelen zijn), aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

10.VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij vonnis van de politierechter bij de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2022 (parketnummer 16.257600.21) is aan [verdachte (voornaam)] een taakstraf in de vorm van een werkstraf voorwaardelijk opgelegd. [verdachte (voornaam)] heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Om een duidelijk signaal te geven aan [verdachte (voornaam)] zal de rechtbank – anders dan door de Raad voor de Kinderbescherming is geadviseerd – bevelen dat deze straf alsnog ten uitvoer gelegd wordt.

11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen
  • 36b, 36c, 36d, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht en
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12.BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt [verdachte (voornaam)] daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart [verdachte (voornaam)] strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een
jeugddetentie van 60 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte (voornaam)] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van
21 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte (voornaam)] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat [verdachte (voornaam)] :
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte (voornaam)] gedurende de proeftijd:
* zich zal houden aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling [instelling 1] , waarbij [verdachte (voornaam)] voor een periode van maximaal 6 maanden intensieve begeleiding aanvaardt in het kader van ITB Harde Kern en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;
* op door de jeugdreclassering aan te geven dagen en tijdstippen aanwezig zal zijn op de navolgende locatie: [adres] , [postcode] te [plaats] , zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
* zich onder behandeling zal stellen van een door de jeugdreclassering te bepalen zorginstelling, voor behandeling rondom drugsgebruik, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
* zich zal houden aan afspraken rondom het schoolrooster, tenzij uitstroom naar de arbeidsmarkt geregeld is;
* zal meewerken aan begeleiding door [instelling 2] ;
- waarbij [verdachte (voornaam)] zich gedurende de eerste 6 maanden van de proeftijd of zoveel korter als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht onder elektronisch toezicht zal stellen ter controle van het hiervoor genoemde locatiegebod;
- waarbij de gecertificeerde instelling [instelling 1] opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte (voornaam)] ten behoeve daarvan te begeleiden;
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
  • 1 STK munitie (omschrijving: PL0900-2023252532-3208621);
  • 1 STK patroonhouder (omschrijving: PL0900-2023252532-3208629);
  • 3 STK munitie (omschrijving: PL0900-2023252532-3208630);
  • 1 STK vuurwapen (omschrijving: PL0900-2023252532-3208631);
  • 1 BUS pepperspray (omschrijving: PL0900-2023252532-3208516);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende voorwerp:
1 STK verdovende middelen/witte substantie (omschrijving: PL0900-2023252532-G3208520);
Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16.257600.21
- wijst de vordering toe;
- gelast de tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 20 januari 2022 opgelegde voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 20 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 10 dagen jeugddetentie;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Hebly, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. H. den Haan en mr. L.L. Veendrick, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 december 2023.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan [verdachte (voornaam)] wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 augustus 2023 te Almere, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie en/of munitie, art 2 lid 2 categorie Pro III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een pistool, van origine gaspistool, van het merk Blow, type/model Mini 9, kaliber 9mm P.A.K. voorzien van het wapennummer [wapennummer] , omgebouwd naar scherpschietend en/of
- een of meerdere scherpe patro(o)n(en) en/of
- een huls van een patroon, kaliber .22mm
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie en/of huls voorhanden heeft gehad.