ECLI:NL:RBMNE:2023:6971
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel en brandgevaar
Verzoeker is huurder van een woning waar op 11 september 2023 brand uitbrak. Bij doorzoeking werden handelshoeveelheden hard- en softdrugs en een drugslab aangetroffen. De burgemeester sloot de woning voor vier maanden op grond van de Opiumwet wegens ernstige verstoring van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen verblijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woonklimaat en herstel van de openbare orde. De aanwezigheid van een drugslab en handelshoeveelheden drugs rechtvaardigen dit.
Verzoeker betoogde dat de situatie door tijdsverloop was verbeterd en dat hij geen betrokkenheid had. De rechter achtte dit onvoldoende onderbouwd en hechtte waarde aan het feit dat de woning eerder door de woningstichting was gesloten en dat de zegels waren verbroken. Ook de verwijtbaarheid van verzoeker speelde een rol.
De duur van vier maanden sluiting werd niet onredelijk geacht gezien de ernst van de situatie en beleidsregels. De voorlopige voorziening werd afgewezen, waarbij de burgemeester werd opgedragen in de bezwaarprocedure nader aandacht te besteden aan de gevolgen voor verzoeker en zijn mogelijke betrokkenheid.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de woning blijft gesloten.