Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het bestuursorgaan niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn verzoek om herbeoordeling. De rechtbank constateert dat de beslistermijn van acht weken is verstreken en dat eiser UWV op 20 september 2023 in gebreke heeft gesteld. Sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat UWV een dwangsom verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn. Omdat UWV de dwangsom niet zelf heeft vastgesteld, doet de rechtbank dit nu en legt een dwangsom van €1.442,- op. Daarnaast bepaalt de rechtbank dat UWV binnen vier weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, met een nieuwe dwangsom van €100,- per dag bij verdere overschrijding, tot maximaal €15.000,-.
Verder wordt UWV veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €50,- en een proceskostenvergoeding van €209,25 aan eiser, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en de lichte aard van de zaak. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.