Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
SAMEN VEILG MIDDEN-NEDERLAND, hierna: de GI,
1.De procedure
22 februari 2023 met begeleidend schrijven van 23 februari 2023.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- mevrouw [B] en mevrouw [C] namens de GI.
2.Waar de procedure over gaat
3.De beoordeling
Indien al eerder een beslissing is genomen over het gezag, kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van een van de ouders beëindigen als de omstandigheden na die beslissing zijn gewijzigd. [4] In die procedure zouden de kinderen, als zij twaalf jaar of ouder zijn, desgewenst worden gehoord. Er zou aan hun mening ook gewicht worden toegekend.
In dit wetsartikel wordt echter voor kinderen niet expliciet de mogelijkheid gegeven om gebruik te maken van de informele rechtsingang.
De rechtbank is van oordeel dat niet valt uit te leggen waarom kinderen in een eerder stadium wel een eigen rechtsingang hebben en op een later moment, wanneer de situatie verslechterd is en wel voldaan wordt aan een van de criteria voor een wijziging in het gezag, niet meer.
De rechtbank vindt daarom dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] , die sinds het uiteengaan van hun ouders al veel hebben meegemaakt, ook nu gebruik moeten kunnen maken van de informele rechtsingang.
De rechter vindt het niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de vader voortaan alleen over hen beslist. Ouders moeten samen beslissingen over hun kinderen nemen, ook als zij uit elkaar zijn. De rechter ziet geen reden om voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van dit uitgangspunt af te wijken. Het klopt dat er zorgen zijn over de communicatie tussen de ouders en de ouders kunnen lastig samen belangrijke beslissingen nemen over de kinderen. Maar deze zorgen zijn niet dermate ernstig dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hierdoor klem of verloren tussen de ouders dreigen te raken. Daarbij zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kort geleden onder toezicht gesteld, wat betekent dat er wordt gewerkt aan verbetering van de situatie en dat de GI kan ingrijpen wanneer er iets niet goed gaat. Ook de Raad ziet op dit moment geen aanleiding om de gezagssituatie te wijzigen. De rechter zal het gezamenlijk gezag daarom in stand laten.”
Op dat moment was nog het doel om te werken aan de verbetering van de contacten tussen de moeder en de kinderen en aan een betere verstandhouding tussen de ouders. Daarnaast was de situatie destijds niet dermate ernstig dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hierdoor klem of verloren tussen de ouders dreigden te raken.
Inmiddels loopt de ondertoezichtstelling al drie jaar en is het nog steeds niet gelukt om de gestelde doelen te behalen. Feitelijk is er geen contactregeling tot stand gekomen tussen de moeder en de kinderen, waarbij zij fysiek contact met elkaar hebben. Integendeel, het contact is verslechterd en verminderd. Op dit moment zijn er vijf belmomenten in het jaar en blijft de weerstand van de kinderen tegen contact met de moeder groeien. Tijdens de belmomenten ontstaan steeds meer strijdmomenten tussen de moeder en de kinderen.
Ook de Raad is op dit moment van mening dat een wijziging van het gezag tegemoet komt aan de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Het risico is dat de kinderen nog meer klem en verloren dreigen te raken als gevolg van alle spanningen die zich nog steeds voordoen en die voor de kinderen zelf met name spelen rondom het contact met de moeder.
Bij [minderjarige 1] is in 2017 ontwikkelings- en hechtingsproblematiek vastgesteld. Ook is hij gediagnostiseerd met ODD en voldoet hij aan twee van de drie criteria van een separatie-angststoornis. Daarnaast is er sprake van dyslexie. Hij geeft zijn leven op dit moment een 5,5 en vindt dat zijn hoofd leger moet worden. Hij is nog steeds erg boos op zijn moeder, omdat zij maar blijft ontkennen dat er bij haar nog spullen van [minderjarige 1] liggen waar hij erg aan gehecht is en die hij graag zou willen hebben. [minderjarige 1] is een einzelgänger en heeft geen vriendjes. Tegenwoordig maakt hij zich ietsje minder zorgen om zijn vader. Hij is begonnen met hulpverlening bij de Opvoedpoli.
De kinderen hebben de periode dat zij bij de moeder thuis woonden als erg onprettig ervaren: er was veel ruzie en spanning. In de eerste lockdown vanwege Corona waren de kinderen bij de vader. Zij zijn daar toen gebleven.
De GI vindt niet dat de vader de moeder te weinig informeert. Zolang de moeder niet de informatie krijgt die zij nodig vindt, wil zij geen toestemming geven. Door deze opstelling van de moeder duurt het onnodig lang voordat de nodige hulpverlening opgestart kan worden.
De rechtbank begrijpt dat de moeder, mede vanuit wantrouwen richting de vader, het lastig vindt om snel tot een beslissing te komen als haar toestemming gevraagd wordt, en dat zij fysiek – omdat zij vanwege haar klachten niet goed kan typen – ook niet altijd in staat is om snel via de mail te reageren op de verzoeken om toestemming.
Ook het feit dat zij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] amper meer spreekt, maakt dat zij niet meer goed weet wat er in hen omgaat en hoe hun leven eruit ziet. Zij is de verbinding met haar kinderen kwijt geraakt.