ECLI:NL:HR:2008:BC2241
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig ouderlijk gezag na echtscheiding en ontvankelijkheid verzoek minderjarige
De zaak betreft een verzoek van een bijzonder curator namens een minderjarig kind om de moeder alleen met het ouderlijk gezag te belasten na ontbinding van het huwelijk van de ouders. De rechtbank had dit verzoek toegewezen, maar het gerechtshof verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat het na de echtscheidingsprocedure was ingediend en verwees de zaak terug voor nader onderzoek naar omgangsregelingen.
De Hoge Raad stelt vast dat artikel 1:251a BW, dat de minderjarige een informele rechtsingang biedt om de rechter te verzoeken het gezamenlijk gezag te wijzigen, niet beperkt is tot de echtscheidingsprocedure zelf. De wetgever heeft beoogd dat de minderjarige ook na het einde van de echtscheidingsprocedure zijn mening kan laten horen over het gezag, mede op basis van ervaringen na de scheiding.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug ter verdere behandeling. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de informele rechtsingang niet meer openstaat indien reeds een rechterlijke beslissing is genomen over het gezag in de echtscheidingsprocedure. Verder bevestigt de Hoge Raad dat het hof terecht voorlopig geen omgangsregeling tussen vader en kind toekende zonder nader onderzoek.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van artikel 1:251a BW en versterkt de positie van minderjarigen bij gezagskwesties na echtscheiding.
Uitkomst: Het verzoek van het minderjarige kind tot eenhoofdig gezag is ook na beëindiging van de echtscheidingsprocedure ontvankelijk; het hofarrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen.