ECLI:NL:RBMNE:2023:7472

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 december 2023
Publicatiedatum
1 februari 2024
Zaaknummer
10790953 \ AC EXPL 23-2590
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:52 BWArt. 6:233 BWArt. 6:230l BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallige abonnementskosten ondanks onredelijk bezwarend opschortingsbeding

De eisende partij, een besloten vennootschap, vordert betaling van achterstallige termijnen voor een sportabonnement van de gedaagde consument. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de consumentenbeschermende bepalingen in de overeenkomst. Het opschortingsbeding in artikel 12 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden, dat de toegang tot de sportschool kan worden geweigerd bij betalingsachterstand zonder verlenging van de abonnementsduur, wijkt nadelig af van artikel 6:52 BW Pro en is daarom onredelijk bezwarend. Dit beding wordt vernietigd.

Desondanks leidt dit niet tot afwijzing van de vordering, omdat de eisende partij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de toegang eerder had ontzegd. De gevorderde achterstallige termijnen, incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige abonnementskosten, incassokosten en rente, ondanks vernietiging van het onredelijk bezwarende opschortingsbeding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 10790953 AC EXPL 23-2590 YA/1386
Vonnis van 27december 2023
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven. Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
1.2.
Daarop volgt nu dit vonnis.

2.De beoordeling

2.1.
De gedaagde partij heeft een sportabonnement bij de eisende partij afgesloten en een betalingsachterstand laten ontstaan.
2.2.
De eisende partij vordert de achterstallige termijnen van februari, maart en april 2023, te vermeerderen met een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente en met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (de eisende partij), en een consument (de gedaagde partij). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Daarbij moet in de regel worden gedacht aan een (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering.
2.4.
Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. De kantonrechter heeft ambtshalve geconstateerd dat aan de toepasselijke essentiële informatieplichten is voldaan.
2.5.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder Pro a BW.
2.6.
Anders dan de eisende partij heeft gesteld in haar dagvaarding is de kantonrechter van oordeel dat het beding in artikel 12 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor een consument. Dat beding geeft de eisende partij immers de mogelijkheid om een consument de toegang tot de sportschool te weigeren, als die, na aanmaning, nog niet aan zijn betalingsverplichting voldoet. In artikel 6:52 BW Pro is bepaald dat opschorting is toegestaan, maar op grond van dat wetsartikel moet de looptijd van het abonnement dan wel worden verlengd met de periode waarin de toegang werd ontzegd, opdat de consument alleen betaalt voor de periode waarin hij gebruik kan maken van het abonnement. Het beding in de algemene voorwaarden van de eisende partij wijkt daar ten nadele van een consument aanzienlijk van af en is daarom onredelijk bezwarend.
2.7.
Het genoemde beding moet dan ook worden vernietigd, al heeft dat in dit geval geen gevolgen voor de toewijsbaarheid van de vordering, die is beperkt tot drie achterstallige abonnementstermijnen. Er zijn geen aanwijzingen dat de eisende partij de gedaagde partij daarvóór al had aangemaand en aldus gerechtigd was om de toegang tot de sportschool over de nu gevorderde termijnen te ontzeggen. De gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
2.8.
De kantonrechter heeft verder beoordeeld of de eisende partij in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten en de rente een of meerdere regelingen heeft opgenomen, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen daarover dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld. Dat is niet het geval.
2.9.
Omdat de eisende partij ook heeft voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
2.10.
Omdat de gedaagde partij met de betaling van de facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente ook worden toegewezen.
2.11.
Omdat de gedaagde partij ongelijk krijgt zal de gedaagde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden aldus begroot op:
- dagvaarding € 107,84
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde €
80,00(1punt x tarief € 80,00)
Totaal € 315,84.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 385,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 327,42 vanaf 23 oktober 2023 tot de voldoening;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 315,84, waarin begrepen € 39,00 aan salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 december 2023.