Vergunninghouder vroeg op 15 juni 2021 een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een woning die afwijkt van het bestemmingsplan. Het college verleende de vergunning op 15 december 2022, maar eisers stelden beroep in vanwege een onnauwkeurige bezonningsstudie met onjuiste aannames over schuurtjes en schuttingen en het ontbreken van zonuren rond 15:00 uur.
De rechtbank oordeelde dat de primaire bezonningsstudies onvoldoende waren en het besluit daardoor onvoldoende gemotiveerd was, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. Echter heeft het college in beroep een nieuwe, accurate bezonningsstudie van juli 2023 overgelegd die de eerdere tekortkomingen herstelde.
De rechtbank stelde vast dat deze nieuwe studie de nadelige effecten op zonuren voor enkele woningen beperkt en dat het college in redelijkheid de vergunning kon verlenen gezien de belangenafweging, waaronder verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en vermindering van verkeer. De rechtbank vernietigde het besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen in stand blijven en het college het griffierecht aan eisers moet vergoeden.
Eisers konden geen aanpassing van de vergunning afdwingen en hun verzoek om financiële compensatie valt buiten deze procedure. De uitspraak bevestigt dat een motiveringsgebrek kan worden hersteld door een aanvullende studie in beroep en dat de rechtbank terughoudend toetst de belangenafweging van het college.