Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2023 in de zaak tussen
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
22 maart 2022, heeft [A] een machtiging overlegd die is ondertekend door [B] en [C]. Er zijn bij deze brief geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en kopie van de statuten gevoegd. In de begeleidende brief schrijft [A] onder meer:
“N.a.v. uw recente epistel annex laatste missive: het adres staat vermeld in het inleidende beroepschrift en/of op het aanslagbiljet zelf en/of onder “kenmerk” in uw eigen correspondentie en het verder door u verzochte c.q. benodigde maakt reeds deel uit van uw dossier(s van dezelfde opdrachtgever) c.q. is (nogmaals) – al dan niet in kopie – bijgevoegd!
[D].
[E] bevoegd als bestuurder om de machtiging te ondertekenen en heeft [A] geen machtiging overlegd die door haar ondertekend is. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd.
13 november 2023. Omdat dit stuk pas bij de rechtbank is binnen gekomen nadat het onderzoek op 13 november 2023 ter zitting is gesloten en dit stuk geen aanleiding geeft om het onderzoek te heropenen, wordt dit stuk niet in behandeling genomen door de rechtbank.
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
16 november 2023.