Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
160,00(2 punten x tarief € 80,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Op 4 april 2022 is tussen eiseres en gedaagde een overeenkomst van opdracht gesloten voor reparatiewerkzaamheden aan de auto van gedaagde. Eiseres factureerde €377,65, maar stelt dat gedaagde niet heeft betaald ondanks meerdere aanmaningen.
Gedaagde betwist de vordering en stelt contant betaald te hebben. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de bewijslast draagt voor zijn stelling en dat hij geen bewijs van betaling heeft overgelegd. Hierdoor is niet komen vast te staan dat betaling heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter wijst de hoofdsom van de factuur toe. De buitengerechtelijke kosten en een deel van de wettelijke rente worden afgewezen wegens niet voldoen aan wettelijke aanmaningseisen. Wel wordt een deel van de wettelijke rente en de proceskosten toegewezen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €384,48 plus wettelijke rente vanaf 9 februari 2023 en tot vergoeding van proceskosten van €395,91. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur van €377,65 plus wettelijke rente en proceskosten.