Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening
- de incidentele conclusie van antwoord
- de akte uitlaten in het incident van [eiseres] .
2.De feiten in het incident
- koopovereenkomsten met [gedaagde sub 2] met betrekking tot de percelen grond,
- ontwikkelovereenkomsten met [onderneming] en
- aannemingsovereenkomsten met [eiseres] .
In dat laatste geval geldt dat [gedaagde sub 1] i.p. aan [eiseres] een bedrag van maximaal EUR 75.000,00 betaalt;
Voor alle duidelijkheid spreken PP af dat dit bedrag à EUR 150.000,00 niet effectief ten laste van kopers wordt gebracht;
3.De beoordeling in het incident
zie Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, art. 223 Rv Pro, aant. 10 en HR 14 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2489). Van een dergelijke situatie is - zoals hierna zal worden overwogen - sprake.
4.De beslissing
12 april 2023voor conclusie van antwoord.