Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Autoriteit Persoonsgegevens, de AP
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Besluit van de AP
Standpunt van eiseres
mogelijkeen overtreding heeft voorgedaan, dan wordt de klacht in fase II getoetst aan prioriteringscriteria om te beoordelen of een uitgebreid onderzoek moet worden gedaan in fase III. Daarna wordt in fase IV eventueel tot handhaving overgegaan.
In het bestreden besluit heeft verweerder daarom terecht besloten de klacht vervolgens te toetsen aan de prioriteringscriteria. Dat eiseres vindt dat het benodigde onderzoek eenvoudig van aard is en niet kostbaar – daargelaten of dat zo is, doet daaraan niet af.
Daarbij heeft de AP mogen betrekken dat de klacht geen betrekking heeft op de aandachtspunten die zij voor de periode 2020-2023 heeft vastgesteld, te weten: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie & algoritmes. [3] Ook heeft de AP mogen concluderen dat nader onderzoek niet doeltreffend en doelmatig is omdat eiseres bij de civiele rechter een procedure voert over dezelfde gedragingen als waarover de AP in deze zaak moet oordelen. In dat kader heeft de AP mogen betrekken dat ICS eiseres heeft gewezen op een alternatieve methode om te voldoen aan de door ICS gevraagde identificatie, waarbij zij geen gebruik hoeft te maken van de gewraakte online identificatieprocedure. Daarmee is nader onderzoek niet de meest aangewezen weg om het geschil tussen eiseres en ICS op te lossen terwijl dergelijk onderzoek een groot beslag legt op de beschikbare capaciteit en financiële middelen. Dat van het opleggen van corrigerende maatregelen ook een extern effect zou kunnen uitgaan, zoals eiseres stelt, maakt niet dat verweerder tot een andere afweging moest komen in deze zaak.