ECLI:NL:RBMNE:2023:776

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
UTR 22/4178
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
HuisvestingswetHuisvestingsverordening Almere 2019
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing urgentieverklaring alleenstaande moeder wegens niet voldoen aan urgentiecategorieën

Eiseres, een alleenstaande moeder met een jong kind, had urgentie aangevraagd nadat zij en haar zoontje uit hun kamer waren gezet. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees de aanvraag af omdat zij niet viel onder de vastgestelde urgentiecategorieën in de Huisvestingsverordening 2019. Ook werd de hardheidsclausule niet toegepast.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Huisvestingsverordening in strijd is met de Huisvestingswet of dat de urgentiecriteria onredelijk zijn. De rechtbank sloot zich aan bij eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die deze criteria bevestigt.

Daarnaast vond de rechtbank dat de situatie van eiseres, hoewel niet ideaal, niet uitzonderlijk genoeg was om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen. Er was geen sprake van onveiligheid en er waren alternatieve mogelijkheden voor huisvesting waar eiseres onvoldoende onderzoek naar had gedaan.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/4178

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. Dogan),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college

(gemachtigden: mr. J.H.S. Biervliet en K.H. Bahora).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een urgentieverklaring.
2. Eiseres is een alleenstaande moeder met een zoontje van drie jaar oud. Zij hebben een tijdje samen op een kamer gewoond. Omdat ze dreigde hier uitgezet te worden omdat de verhuurder last had van het zoontje van eiseres, heeft zij op 21 maart 2022 urgentie aangevraagd. Na het doen van deze aanvraag zijn eiseres en haar zoontje daadwerkelijk de kamer uitgezet. Zij zijn toen volgens een vast rooster op drie verschillende adressen gaan wonen, namelijk bij de ouders van eiseres en beide buren van deze ouders.
3. Het college heeft de aanvraag met het besluit van 7 april 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 augustus 2022 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat zij niet onder één van de urgentiecategorieën valt. Het college ziet ook geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen.
4. De rechtbank heeft het beroep op 12 januari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank stelt vast dat niet ter discussie staat dat eiseres niet onder de urgentiecategorieën valt zoals deze in de Huisvestingsverordening Almere 2019 (Huisvestingsverordening) genoemd staan. Het gaat eiseres om de volgende twee punten:
  • De Huisvestingsverordening is in strijd met de Huisvestingswet;
  • Verweerder heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule.
De rechtbank zal op deze twee punten ingaan.
Is de Huisvestingsverordening in strijd met de Huisvestingswet?
6. Eiseres voert aan dat de Huisvestingsverordening in strijd is met de Huisvestingswet en de bedoeling van de wetgever. Het college heeft volgens de memorie van toelichting van deze wet een plicht om de woningschaarste structureel op te lossen, en mag pas een Huisvestingsverordening instellen als sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste of leefbaarheidsproblemen. Daar is onvoldoende van gebleken. Daarnaast is de urgentieregeling in de Huisvestingsverordening te streng en niet redelijk. Eiseres is kwetsbaar maar valt desondanks niet onder de categorieën. De Huisvestingsverordening is daarom in strijd met de bedoeling van de wetgever en met procesvereisten, zoals het evenredigheidsbeginsel.
7. De rechtbank overweegt dat eiseres op dit punt niets nieuws heeft aangevoerd ten opzichte van wat in bezwaar is aangevoerd. Het college is op dit punt uitgebreid ingegaan in het bestreden besluit. Eiseres heeft in het beroepschrift niet duidelijk gemaakt waarom zij het niet met deze uitleg van het college eens is. Bovendien is dit standpunt van gemachtigde al meerdere keren in de rechtspraak beoordeeld. Inmiddels heeft ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) hierover uitspraak gedaan. [1] Kort gezegd heeft de Afdeling overwogen dat uit de memorie van toelichting bij de Huisvestingswet volgt dat voor het instellen van een urgentieregeling niet vereist is dat er sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste of leefbaarheidsproblemen, en dat daarom het argument van appellant niet kan slagen. De rechtbank sluit zich bij deze uitspraak. Dit argument van eiseres gaat dus niet op. Ook vindt de rechtbank niet dat de keuze van de gemeente voor deze urgentiecategorieën onredelijk is, en dat de Huisvestingsverordening daarom in strijd met de Huisvestingswet zou zijn. Hiervoor verwijst de rechtbank ook naar de uitspraak van de Afdeling, en verder nog naar uitspraken van haar rechtbank. [2] De beroepsgrond slaagt niet.
Had het college de hardheidsclausule toe moeten passen?
8. Eiseres voert daarnaast aan dat het college ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. Eiseres is kwetsbaar, omdat zij een alleenstaande moeder is en de vader van haar zoontje niet in beeld is. Haar woonsituatie is niet langer houdbaar. Ze woont nu bij verschillende mensen en merkt dat haar zoontje hier moeite mee heeft. Hij slaapt slecht, zoals ook volgt uit een brief van de huisarts van 26 oktober 2022. Bovendien is niet zeker of zij nog langer bij deze mensen mag verblijven. Het gevolg is dat haar kind niet in een veilige omgeving op kan groeien.
9. De rechtbank stelt voorop dat zij begrip heeft voor de situatie van eiseres, en dat de situatie verre van ideaal is. Toch vindt de rechtbank dat verweerder haar niet op grond van de hardheidsclausule urgentie hoeft te verlenen. Met urgentie krijgt iemand voorrang op andere personen die ook hard op zoek zijn naar een woning. Urgentie is dus de uitzondering op de regel. De hardheidsclausule is daar weer een uitzondering op, omdat iemand urgentie krijgt terwijl hij of zij niet aan de voorwaarden voldoet. Om die reden past verweerder de hardheidsclausule zeer terughoudend en alleen bij zeer uitzonderlijke situaties toe. In het geval van eiseres is er echter geen sprake van een dergelijke zeer uitzonderlijke situatie. Zoals het college ook op zitting heeft toegelicht, zijn er in de gemeente Almere veel alleenstaande ouders die met hun kind(eren) op zoek zijn naar een woning. Die situatie is op zichzelf dus onvoldoende bijzonder. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de woonsituatie zeker niet ideaal is, hebben eiseres en haar zoontje wel een dak boven hun hoofd. Niet is gebleken dat deze woonsituatie voor hun onveilig is. Verder heeft het college in het primaire en bestreden besluit meerdere andere mogelijkheden genoemd waarop eiseres mogelijk aan een woning kan komen. Zo heeft het college gewezen op In between places en DMGO, en op woningen buiten de gemeente Almere. Eiseres heeft geen onderzoek naar deze mogelijkheden gedaan. Gelet op het feit dat slechts in zeer uitzonderlijke situaties de hardheidsclausule wordt toegepast, had dat wel van haar verwacht mogen worden. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

10. Het college heeft de urgentieaanvraag van eiseres terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. L. Ruizendaal, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
24 februari 2023.
De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Afdeling 11 januari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:93).
2.Zie bijvoorbeeld Rechtbank Midden-Nederland 15 februari 2022 (ECLI:NL:RBMNE:2022:531) en Rechtbank Midden-Nederland 8 juli 2022 (ECLI:NL:RBMNE:2022:2823).