ECLI:NL:RBMNE:2023:855
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden na rijden onder invloed
Eiser was werkzaam als beveiliger bij meerdere bedrijven en had daarvoor toestemming van de korpschef gekregen. Na een incident waarbij eiser op 13 februari 2022 onder invloed van alcohol reed met een snelheid van circa 100 km/u op een weg met een maximum van 30 km/u en daarbij meerdere keren op de verkeerde weghelft belandde, trok de korpschef de eerder verleende toestemmingen in en weigerde een nieuwe toestemming.
Eiser erkende het rijden onder invloed en voerde aan dat het incident in de privésfeer plaatsvond en niet in verband stond met zijn werkzaamheden. Hij stelde dat de intrekking niet noodzakelijk en evenredig was en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De korpschef stelde dat de integriteit en betrouwbaarheid van beveiligers boven twijfel verheven moeten zijn en dat het gedrag van eiser niet strookt met deze kernwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef voldoende had gemotiveerd dat de intrekking noodzakelijk, passend en evenredig was. Het rijden onder invloed en het risicovolle rijgedrag raken de aard van de beveiligingswerkzaamheden en ondermijnen het vertrouwen van burgers in beveiligers. Een minder ingrijpende maatregel was niet passend. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de toestemmingen voor beveiligingswerkzaamheden.