ECLI:NL:RVS:2022:763
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan betrouwbaarheid
De korpschef van politie verleende aanvankelijk toestemming aan een beveiligingsbedrijf om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Deze toestemming werd op 14 oktober 2019 ingetrokken wegens twijfel aan de betrouwbaarheid van appellant. Uit ambtsberichten en processen-verbaal bleek dat appellant in de periode 2014-2018 en daarna zonder toestemming beveiligingswerkzaamheden had verricht, en zich niet coöperatief had opgesteld bij een incident waarbij iemand onwel was geworden.
Appellant voerde aan dat de beleidsregels onevenredig waren en dat hij niet zonder toestemming had gewerkt, maar de Raad van State oordeelde dat de korpschef terecht op ambtseed opgemaakte processen-verbaal mocht baseren. De waarnemingen van verbalisanten toonden aan dat appellant wel degelijk beveiligingswerkzaamheden verrichtte, ondanks zijn stellingen.
Verder stelde appellant dat de intrekking disproportioneel was en dat volstaan had moeten worden met een waarschuwing. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de intrekking een passend en noodzakelijk middel is om het doel van betrouwbare veiligheidszorg te waarborgen, mede gezien eerdere waarschuwingen en incidenten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten wordt bevestigd wegens twijfel aan zijn betrouwbaarheid.