De eiser, een leverancier van schepijs, heeft aan de gedaagde een factuur gestuurd voor geleverde zaken. Na correctie van een onjuiste factuur werd een bedrag van €497,71 gevorderd. De gedaagde betaalde slechts een deel van dit bedrag, waarna de eiser betaling van het restant, incassokosten en wettelijke handelsrente vorderde.
De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde in verzuim was omdat de betaling pas ruim na de betaaltermijn van 14 dagen plaatsvond. Hierdoor was de vordering van wettelijke handelsrente tot 29 augustus 2022 terecht. Ook werd vastgesteld dat aan de voorwaarden voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten was voldaan, omdat de gedaagde pas na dagvaarding betaalde.
De rechter wees de vordering van €94,08 toe, bestaande uit incassokosten en handelsrente, en veroordeelde de gedaagde tevens in de proceskosten van €385,22. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.