ECLI:NL:RBMNE:2023:864

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 januari 2023
Publicatiedatum
1 maart 2023
Zaaknummer
10102991 \ AC EXPL 22-2219
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling resterend factuurbedrag en incassokosten toegewezen aan leverancier schepijs

De eiser, een leverancier van schepijs, heeft aan de gedaagde een factuur gestuurd voor geleverde zaken. Na correctie van een onjuiste factuur werd een bedrag van €497,71 gevorderd. De gedaagde betaalde slechts een deel van dit bedrag, waarna de eiser betaling van het restant, incassokosten en wettelijke handelsrente vorderde.

De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde in verzuim was omdat de betaling pas ruim na de betaaltermijn van 14 dagen plaatsvond. Hierdoor was de vordering van wettelijke handelsrente tot 29 augustus 2022 terecht. Ook werd vastgesteld dat aan de voorwaarden voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten was voldaan, omdat de gedaagde pas na dagvaarding betaalde.

De rechter wees de vordering van €94,08 toe, bestaande uit incassokosten en handelsrente, en veroordeelde de gedaagde tevens in de proceskosten van €385,22. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €94,08 aan incassokosten en handelsrente en in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10102991 \ AC EXPL 22-2219 RvdH/1037
Vonnis van 18 januari 2023
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: LikiFin,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 en 2,
- de e-mail van [gedaagde] van 17 september 2022 en het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 28 september 2022, beide aan te merken als conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek tevens wijziging van eis met producties 1 en 2.
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2.Waar gaat het over?

2.1.
[eiser] is leverancier van schepijs. [gedaagde] heeft onder andere schepijs bij [eiser] gekocht. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor op 8 mei 2020 een factuur gestuurd voor het bedrag van € 541,76. Die factuur was niet juist. Op 24 september 2020 heeft [eiser] een aangepaste factuur voor een bedrag van € 497,71 gestuurd. [eiser] heeft op 28 september 2020 ook een creditnota gestuurd voor de onjuiste factuur van 8 mei 2020. [gedaagde] moest dus € 497,71 aan [eiser] betalen op basis van de factuur van 24 september 2020.
2.2.
[gedaagde] heeft op 5 oktober 2020 € 270,80 betaald. Het restant van de factuur heeft hij onbetaald gelaten.
2.3.
[eiser] heeft [gedaagde] op 6 september 2022 gedagvaard en betaling gevorderd van het restantbedrag, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente, samen totaal € 320,99. Op 8 september 2022 heeft [gedaagde] € 226,91 betaald. [eiser] vordert na wijziging van eis betaling van € 94,08, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente. [gedaagde] is het er niet mee eens dat hij die kosten moet betalen.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] heeft de factuur betaald. Nu resteren de wettelijke handelsrente over de hoofdsom tot 29 augustus 2022 en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] ook die posten aan [eiser] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.2.
[gedaagde] heeft de factuur van 24 september 2020 eerst op 8 september 2022 volledig voldaan. Dat is te laat, op de factuur is namelijk een betaaltermijn van 14 dagen vermeld. Dat betekent dat [gedaagde] in verzuim verkeerde en dat de door [eiser] gevorderde wettelijke handelsrente tot 29 augustus 2020 ter hoogte van € 54,08 toewijsbaar is.
3.3.
[eiser] vordert ook vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. [gedaagde] heeft pas na ontvangst van de dagvaarding betaald. De hoogte van de vordering is getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 40,- zijn daarom toewijsbaar.
3.4.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom facturen
- wettelijke handelsrente tot
29 augustus 2022

226,91
54,08
- buitengerechtelijke incassokosten
40,00
+
totaal
320,99
- betaling 8 september 2022
226,91
-/-
Totaal
94,08
3.5.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
107,22
- griffierecht
128,00
- salaris gemachtigde
150,00
(2 punten × € 75,00)
Totaal
385,22
4. De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 94,08,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 385,22,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op
18 januari 2023.