Vergunninghouder wilde een bestaand pand slopen en vervangen door een appartementengebouw met tien parkeerplaatsen in een half verdiepte garage. Eiseres, verhuurder van een nabijgelegen appartement, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege zorgen over het behoud van zes parkeerplaatsen voor haar huurder.
De rechtbank oordeelde dat het college de omgevingsvergunning zorgvuldig heeft voorbereid volgens de wettelijke procedures, inclusief de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de Wabo en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een participatietraject voorafgaand aan de aanvraag was niet wettelijk verplicht.
De kern van het geschil betrof de vraag of er voldoende parkeergelegenheid was. De rechtbank stelde vast dat de vergunning gebaseerd was op de actuele CROW-normen en dat de berekening van de parkeerbehoefte correct was uitgevoerd, rekening houdend met de bestaande en nieuwe parkeerbehoefte.
De zes resterende parkeerplaatsen blijven openbaar toegankelijk en er zijn voldoende alternatieve parkeerplaatsen in de omgeving. De rechtbank vond de motivering van het college voldoende en concludeerde dat de vergunning in overeenstemming is met het recht. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de bouw kan doorgaan.