Vergunninghouder wilde een appartementengebouw van vier bouwlagen met tien parkeerplaatsen bouwen op een perceel in Zeewolde, waarvoor een omgevingsvergunning werd verleend door het college. Eisers, omwonenden met zicht op het perceel, stelden beroep in tegen deze vergunning omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en zij menen dat hun belangen onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het college de uitgebreide voorbereidingsprocedure correct heeft gevolgd en dat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad hun zienswijze kenbaar te maken. Het participatietraject was niet wettelijk verplicht maar heeft wel plaatsgevonden, waarbij vergunninghouder het bouwplan op verzoek van omwonenden heeft aangepast. Het college heeft de belangen van eisers, waaronder bezonning, privacy, uitzicht, verkeersimpact en parkeergelegenheid, meegewogen en afgewogen tegen het algemeen belang en het belang van vergunninghouder.
Hoewel het bouwplan één bouwlaag hoger is dan het bestemmingsplan toestaat, acht de rechtbank de nadelige gevolgen voor bezonning en privacy beperkt en niet onevenredig. De afstand tot de woningen is circa 40 meter, en de bezonningsbeperking geldt slechts enkele weken per jaar voor een korte periode per dag. De parkeergelegenheid voldoet aan de CROW-normen en verkeersimpact is beperkt. Het college heeft het belang van vergunninghouder en het algemeen belang zwaarder gewogen dan het belang van eisers bij een gebouw van één bouwlaag minder.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor vergunninghouder het appartementengebouw mag bouwen conform de verleende vergunning. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.