ECLI:NL:RBMNE:2023:937
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op AVG-verzoek inzake verwerking persoonsgegevens en indelingsbesluit
Eiser heeft bij verweerder een verzoek ingediend op grond van de AVG om te stoppen met de verwerking van een persoonsgegeven over zijn voormalige functie binnen een sub-onderzoeksgroep en om opheldering te verkrijgen over het bestaan van een indelingsbesluit. Verweerder wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van misbruik van procesrecht, ondanks eerdere procedures over dezelfde materie. De rechtbank volgde de beoordeling van verweerder dat niet aan de voorwaarden van artikel 18 AVG Pro voor beperking van verwerking is voldaan, omdat de juistheid van de gegevens in rechte is vastgesteld en de verwerking noodzakelijk blijft voor het verweer tegen procedures van eiser.
Ook het beroep op opheldering over een indelingsbesluit faalde, omdat geen afzonderlijk besluit bestaat en verweerder niet gehouden was hierover een besluit te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van verweerder gehandhaafd.