Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
2 [gedaagde sub 2] , vennoot,
3 [gedaagde sub 3] , vennoot,
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
€ 99,50
Rechtbank Midden-Nederland
De Staat der Nederlanden vordert hoofdelijke betaling van onbetaalde facturen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aan een vennootschap onder firma, betreffende inspecties en herinspecties op het gebied van voedselveiligheid. De Staat baseert haar vordering op wettelijke regelingen die vastgestelde bedragen voor deze inspecties voorschrijven.
De gedaagde partij betwist de vordering, stellende dat de Staat onvoldoende onderbouwing geeft over de grondslag en berekening van de facturen. De Staat verduidelijkt in haar repliek dat de facturen betrekking hebben op meerdere inspecties, waaronder een gratis eerste inspectie gevolgd door herinspecties wegens tekortkomingen en een marsroute-inspectie, allemaal conform de Warenwetregeling doorberekening kosten.
De kantonrechter oordeelt dat de Staat voldoende heeft toegelicht op welke wettelijke basis de facturen zijn gefactureerd en dat de gedaagde geen bezwaar tegen de facturen heeft gemaakt, waardoor de vordering toewijsbaar is. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding, omdat de door de Staat voorgestelde verzuimdatum onvoldoende is onderbouwd. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van de onbetaalde NVWA-facturen, incassokosten en proceskosten met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.