Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;
177 (honderdzevenenzeventig) dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van twee jarenvast;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal hebben met [aangever] (geboren op [1979] te [geboorteplaats] ), zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
- zich niet bevindt in de straat, ter hoogte van [adres] te [woonplaats] , voor de woning van [aangever] , zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. Verdachte mag wel komen in het gedeelte voor de school van zijn dochter, op het adres [adres] , [woonplaats] ;
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;
- wijst de vordering van [aangever] toe tot een bedrag van € 2.100,00, bestaande uit € 100,00 materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling en € 2.000,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 106,33;
- verklaart benadeelde partij [aangever] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat