Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,het college
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Bij het bepalen van het bedrag is uitgangspunt geweest dat [eiser] in ieder geval de navolgende voorzieningen zal aanbrengen en voor zover nodig de eventuele meerkosten uit eigen middelen zal dragen:
- Een plateaulift (…)
- een hoog laag keuken (…);
- bouwkundige voorzieningen voor het samenvoegen van keuken en woonkamer;
- bouwkundige voorzieningen voor het vergroten van de badkamer;
- ophogen van het straatwerk (…);
- installatietechnische en bouwkundige voorzieningen voor de wasruimte;
- leveren van een onder rijdbare wastafel.
Bij het bepalen van het schikkingsbedrag is voor B&W uitgangspunt geweest dat [eiser] binnen een termijn van maximaal zeven jaar na ondertekening van deze vaststellingsovereenkomst geen voorzieningen zal aanvragen gelijk aan de voorzieningen genoemd bij randnummer 2, of verwant aan de woningaanpassing zoals onder 2 benoemd, tenzij de beperkingen van [eiser] dusdanig zijn toegenomen dat naast de in randnummer 2 genoemde woonvoorzieningen aanvullende woonvoorzieningen nodig zijn welke direct verband houden met de toename van de beperkingen die op het moment van de ondertekening van de overeenkomst niet voorzienbaar waren.